Samen op reis in de provincie?

Door Wim Dijkstra | Strategisch beleidsadviseur OV Provincie Overijssel

Vorig jaar werd door een landelijke initiatiefgroep het manifest “Samen op reis” gepresenteerd. De achterliggende gedachte hierbij is dat er door betere samenwerking tussen partijen in de ov-sector een betere kwaliteit voor de (keten)reiziger kan ontstaan. Dat is een loffelijk streven en ik denk ook zeker dat er daartoe goede mogelijkheden zijn. Zelf maak ik me al een tijdje druk over het na invoering van de ov-chipkaart verder versnipperende tariefproducten portfolio. Sommige mensen spreken van een wildgroei, feit is dat veel reizigers problemen ondervinden bij het reizen in meerdere modaliteiten of in meerdere concessies. Men heeft dan vaak meerdere tariefproducten nodig en mede daardoor ontstaan rare tariefsituaties, meestal in het nadeel van de klant. Gelukkig hebben we samen met een aantal gelijkgestemden afgelopen jaar eindelijk een beweging op gang kunnen brengen om een visie op een landelijk tariefportfolio met voldoende regionale vrijheid te ontwerpen. Doel hierbij is niet alleen om de bestaande problemen op te lossen, maar ook om een eigentijds en meer wervend assortiment te introduceren, waardoor meer reizigers en hogere reizigersinkomsten behaald kunnen worden. Als onderdeel van het manifest en in opdracht van het NOVB wordt rond de zomer een resultaat op dit onderwerp verwacht.

Het is echter niet alleen in het belang van de reiziger dat hogere inkomsten worden nagestreefd. Door voortdurende bezuinigingen op de financieringsbron voor het OV (de BDU) zelf, maar vooral ook op de jaarlijkse BDU-index (in 2014 zelfs 0%!) ontstaat overal in Nederland een cumulatief oplopend exploitatietekort in het OV. Na de stakingen in het openbaar vervoer rond 2008 is in de sector namelijk afgesproken dat bij nieuwe concessies een landelijk vastgestelde OV-index zou moeten worden gehanteerd, welke gebaseerd is op de kostenontwikkelingen in de sector. Het is duidelijk dat deze situatie uiteindelijk niet beheersbaar is en zal leiden tot steeds zwaardere bezuinigingen in het voorzieningenniveau. Nu is dat in de stedelijke gebieden nog niet zo merkbaar, maar in de provincie zal het openbaar vervoer op het platteland op niet al te lange termijn volledig verdwijnen. In Overijssel staan we nu al voor dit soort keuzes. De financieringbalans dreigt overigens nog verder verstoord te worden door o.a. wegvallen rode diesel, druk op het studentenkaartcontract, hogere aanbestedingsprijzen (onder meer door toenemende ICT aan boord). Het wordt tijd om ons als sector te bezinnen op al deze ontwikkelingen. Hoe houden we het OV betaalbaar ? Accepteren we maatschappelijk het wegvallen van OV op het platteland ? Misschien een nieuw onderwerp voor de initiatiefgroep ? Ik heb alvast een tip voor de sector. Het wordt hoog tijd om de automatische leeftijdskorting voor scholieren af te schaffen. NS heeft dat overigens in de afgelopen jaren in de trein al geruisloos gedaan. Mede daarom worden de bussen als een soort 2e klas OV in de qua productiekosten dure spits druk bezet door weinig betalende scholieren. Hebben we in Nederland het lef om deze korting ook in de bus af te schaffen of in ieder geval in het gehele OV (trein en bus) te harmoniseren ? Dit zal tot aanzienlijk hogere inkomsten kunnen leiden. En als we dan toch graag korting aan scholieren willen blijven geven kunnen we dat bijvoorbeeld ook door de scholen zelf laten financieren en/of grootgebruik korting geven bij de medewerking van scholen aan het spreiden van de schooltijden, hetgeen gunstig is voor de exploitatiekosten.

Wim Dijkstra[1]